1 / 44

Politiek

Politiek. Maatschappijwetenschappen havo 5 Hoofdstuk 11. Politiek <3. Jullie weten al heel veel over politiek; je hebt immers maatschappijleer/ social studies in havo4 afgerond. + maw ha4 kernconcepten politieke socialisatie en ideologie .

dansereau
Download Presentation

Politiek

An Image/Link below is provided (as is) to download presentation Download Policy: Content on the Website is provided to you AS IS for your information and personal use and may not be sold / licensed / shared on other websites without getting consent from its author. Content is provided to you AS IS for your information and personal use only. Download presentation by click this link. While downloading, if for some reason you are not able to download a presentation, the publisher may have deleted the file from their server. During download, if you can't get a presentation, the file might be deleted by the publisher.

E N D

Presentation Transcript


  1. Politiek Maatschappijwetenschappen havo 5 Hoofdstuk 11

  2. Politiek <3 • Jullie weten al heel veel over politiek; je hebt immers maatschappijleer/social studies in havo4 afgerond. • + maw ha4 kernconcepten politieke socialisatie en ideologie. • In hoofdstuk 11 gaan we uitgebreid in op ideologie • Hoe werkt politiek? • Wat is het beleid van de overheid? • Het maken van keuzes • Spelregels • Besluitvormingsmodel

  3. Politieke socialisatie • Het proces van overdracht en verwerving van de politieke cultuur van de groep(en) en samenleving waartoe mensen behoren. Het proces bestaat uit opvoeding, opleiding en andere vormen van omgang met anderen

  4. 11.1 Context Prinsjesdag • Wanneer is het Prinsjesdag? • Wat gebeurt er met Prinsjesdag? • Wat heeft Prinsjesdag met het kernconcept politieke institutie te maken? • Politieke institutie: complex van min of meer geformaliseerde regels die het gedrag van mensen en hun onderlinge relaties rond politieke machtsoefening en politieke besluitvorming reguleren. • Geef extra voorbeelden van politieke instituties rondom Prinsjesdag

  5. Dag na Prinsjesdag ALGEMENE BESCHOUWINGEN • Leg uit dat dit een politieke institutie is. • Wat gebeurt er tijdens die Algemene beschouwingen? • Koppel het begrip ideologie aan de Algemene beschouwingen.

  6. Macht – definitie? • Niet alle partijen hebben evenveel macht. • Welke hulpbronnen hebben politieke partijen?

  7. Dag na Prinsjesdag ALGEMENE BESCHOUWINGEN • Leg uit dat dit een politieke institutie is. • Wat gebeurt er tijdens die Algemene beschouwingen? • Koppel het begrip ideologie aan de Algemene beschouwingen.

  8. 11.2 Ideologie • Dimensies waarop standpunten over de samenleving in te delen zijn: • Links – rechts • Progressief – conservatief • Nationalisme – internationalisme • Materialisme - postmaterialisme

  9. Ideologie: Een samenhangend geheel van beginselen en denkbeelden, meestal uitmondend in ideeën over de meest wenselijke maatschappelijke en politieke verhoudingen • Even opfrissen: welke ideologieën ken je nog van vorig jaar?

  10. De beginselen van ideologieen gaan over drie onderwerpen in de samenleving: Politiek, economie en cultuur • Hoe moet de macht verdeeld worden? • Hoe moeten goederen geproduceerd en gedistribueerd (verdeeld) worden? • Hoeveel vrijheid ten opzichte van de overheid mogen mensen hebben?

  11. Ideologieën op een links-rechtsverdeling • Dit is anders dan in deel 1 (vorig jaar) want deze indeling is meer geschikt om wereldwijd naar de ideologieën te kijken. • 2 extreme ideologieën  fascisme en communisme. Waarom ‘extreem?’ communisme socialisme liberalisme conservatisme fascisme links midden rechts

  12. De 3 ideologieën in het Nederlandse politieke landschap liberalisme Socialisme/sociaaldemocratie Belangrijkste uitganspunten van de ideologieën Socialisme/sociaaldemocratie: Liberalisme: Confessionalisme: confessionalisme links midden rechts

  13. Ideologieën over politiek Socialisten willen meer inspraak voor burgers Linkse liberalen willen meer invloed voor burger maar rechtse liberalen niet Confessionelen willen dat burgers politici kunnen kiezen maar zijn zijn geen voorstander van het invoeren van het referendum

  14. Ideologieën over economie Socialisten/sociaaldemocraten willen een belangrijke rol voor de overheid in de economie om te zorgen voor meer gelijkheid Liberalen zijn voorstander van economische vrijheid en eigen verantwoordelijkheid. Voor confessionelen is dit een dilemma; enerzijds naastenliefde belangrijk, anderzijds zijn ze voorstander van eigen verantwoordelijkheid

  15. Ideologieën over cultuur Socialisten/sociaaldemocraten: eigen cultuur naleven, alle culturen zijn gelijkwaardig maar mag emancipatie niet in de weg staan Liberalen: individuele vrijheid is belangrijk, mensen mogen dus zelf weten welke cultuur zij naleven Confessionelen vinden harmonie belangrijk, mensen mogen eigen cultuur naleven maar met niet ten koste gaan van NL cultuur of Bijbelse principes en normen

  16. Ideologieën en politieke partijen SP GL PvdD PvdA 50plus Denk D66 VVD CDA ChristenUnie SGP

  17. 11.3 Systeem In deze paragraaf bespreken we het ‘systeem van de politiek’ en welke actoren er bij betrokken zijn. Politiek: de gezaghebbendetoedeling van waardenenbelangen. Oftewel ‘de politiek’ heeft het gezag van de bevolking. Gezagkanstijgenendalen. Definitie van gezag?

  18. 6 verschillendeactoren met macht in de Nederlandseparlementairedemocratie • 6 machten, uitbreiding van de 3 machten van Montesqieu EERSTE MACHT PARLEMENT TWEEDE MACHT KABINET DERDE MACHT RECHTERS VIERDE MACHT AMBTENAREN VIJFDE MACHT MASSAMEDIA ZESDE MACHT EXTERNE ADVISEURS Triaspolitica

  19. Verschillentussenpolitiekepartijenenpressiegroepen • Zelf voorbeelden bedenken • Soms wordt een pressiegroep in de loop van haar bestaan een politieke partij. Hoe noem je dit dan?

  20. Is de PVV een single-issuepartij? Bedenkeen argument vooreneen argument tegen.

  21. En is de Partijvoor de Diereneen single- issuepartij? Kun je ietsvertellen over representativiteit en single-issuepartijen?

  22. Systeemmodel Eisenenwensenworden in de politiekomgezet in wetten. Fasen: Invoer (input), omzetting (conversie), uitvoer (output), terugkoppeling (feedback.) Input WENSEN EN STEUN Omzetting/conversie Output WAARDEN EN BELANGEN FEEDBACK

  23. Systeemmodel - INVOER • Eisenensteun (verkiezingen, maar ookdaarbuiten) • Situatie is onwenselijkenmoetveranderdworden • Gaater in de politiek over ditprobleemgesprokenworden?  POORTWACHTERS spelenhierbijeenrol

  24. Systeemmodel - OMZETTING • 3 (sub) fasen in proces van omzetting: • Politieke agendavorming In deze fase wordt bepaald of een maatschappelijk probleem ook door de politiek wordt aangepakt of niet. • In hoeverre wordt de ongewenste situatie door veel actoren als ongewenst ervaren? • In hoeverre komt de ongewenste situatie vaak voor of roept het heftige emoties op? • In hoeverre is de ongewenste situatie te veranderen en het probleem dus mogelijk oplosbaar? • In hoeverre laten poortwachters het probleem toe? • In hoeverre is er ruimte op de politieke agenda?

  25. 2. Beleidsvoorbereiding: Adviezen geven en alternatieven opstellen 3. Beleidsbepaling: Beslissingen nemen over uitvoeren van beleid. Welke doelen worden gesteld, welke middelen toegekend en in welke tijd moet het worden aangepakt?

  26. Systeemmodel - UITVOER • Eis (invoer) wordt in de omzetting veranderd in een politiek besluit (uitvoer) • Bijvoorbeeld een wet, maatregel, handeling. Of er wordt besloten dat er iets juist niet wordt uitgevoerd. 

  27. Systeemmodel - FEEDBACK • Beleidsvorming is nooit af. Het stopt niet. Soms wordt er nieuw beleid ontwikkeld. FEEDBACK is dus heel belangrijk

  28. Systeemmodel - OMGEVING • Het proces van besluitvorming wordt beïnvloed door de omgeving (veranderingen van de samenleving) We onderscheiden de volgende aspecten en ontwikkelingen: • Demografische • Ecologische • Culturele • Economische • Technologische • Sociale + bindingen die NL heeft met andere landen hebben invloed op het politieke systeem

  29. Barrièremodel Het barrièremodel lijkt op het systeemmodel, maar nadruk ligt op omzetting. Black Box? Verschillende fasen barrières nemen om tot nieuw beleid te komen. Macht

  30. Barrièremodel

  31. 11.4 Overheidsbeleid

  32. Herhalen • Wat geeft het systeemmodel weer? • Hoe werkt het barrièremiddel en wat is het verschil met het systeemmodel?

  33. In deze paragraaf bestuderen we hoe overheidsbeleid wordt uitgevoerd • Beleid. Wat is dat? • Beleid= het streven naar het bereiken van bepaalde doelen met bepaalde middelen op bepaalde tijdstippen • Bij doelen kun je denken aan waarden die actoren hebben, deze hangen samen met ideologieen • De middelen hebben vooral te maken met hoe een doel bereikt kan worden • De tijdstippen verwijzen naar de momenten in de planning van beleidsplannen wanneer iets af moet zijn Beleid is vaak een compromis. Leg dit uit.

  34. Herhalen van vorig jaar: Causaliteit: relatie tussen oorzaak en gevolg Oftewel variabele A leidt tot variabele B NIEUW: finaliteit: relatie tussen doel en middel Oftewel bij het maken van beleid worden er verbanden gelegd en dat noemen we finale relaties

  35. Finale relaties Finaliteit: relatie tussen doel en middel Bijvoorbeeld: Het antidiscriminatiebeleid in Nederland: het doel hierachter is de waarde gelijkheid bevorderen en uiteindelijk realiseren. Een middel om dat te bereiken: • Een wet • Een instelling die klachten behandelt als mensen zich ongelijk behandeld voelen

  36. Causaliteit en causaal model • Bij causaliteit gaat het om verbanden van het tot stand komen van een maatschappelijk probleem. • Een causaal model geeft die relaties weer

  37. Milieuvervuiling in een causaal model Verschillende oorzaken milieuvervuiling: • Mensen hebben meer geld en vrije tijd dan vroeger • Door meer welvaart, wordt er meer geconsumeerd en geproduceerd en het productieproces zorgt voor meer vervuiling • Voor dat productieproces zijn steeds meer grondstoffen nodig en zo wordt het milieu uitgebuit • Mensen maken meer eigen keuzes, ook ten aanzien van consumptie. (bijv eigen auto willen, terwijl je ook kan carpoolen of met het openbaar vervoer kan gaan) Er zijn wel meer oorzaken maar let op het causaal model 

  38. Causaal model milieuvervuiling

  39. Ander voorbeeld causaal model (gemeente Hoogeveen, causaal model over brandveiligheid) Bij het maken van overheidsbeleid wordt vaak eerst onderzoek gedaan. Dan probeert men een ‘causaal veldmodel’ te maken (wij zeggen: causaal model). Dit brengt de oorzaken in kaart.

  40. Finaal model • Wil de overheid de milieuvervuiling oplossen?  beleid maken. Finale relaties leggen tussen doelen en middelen. • Dus in een finaal model worden relaties tussen doelen en middelen geschetst. • Oftewel, om een maatschappelijk probleem aan te pakken, kunnen er oplossingen worden bedacht • Oplossingen moeten omgezet worden in beleidsmaatregelen die onderdeel zijn van overheidsbeleid • Deze maatregelen kunnen nieuwe ontwikkelingen stimuleren (die vervolgens weer nieuwe maatschappelijke problemen creëren)

  41. Finaal model en milieuvervuiling

  42. Zandlopermodel –je zet 2 modellen onder elkaar

  43. Zandlopermodel over milieuvervuiling

  44. Maakbaarheid • In hoeverre kunnen we door beleid de samenleving veranderen zoals we zouden willen? • Geef voorbeelden hoe ingrijpen door de overheid succes heeft opgeleverd • Maakbaarheid van de samenleving: het geloof dat het maatschappelijk geluk in een samenleving verbetert door het ingrijpen van mensen

More Related